Een goed gesprek voeren.

Hoe heerlijk is het wanneer je met iemand een goed gesprek kan hebben. Dat je kan vertellen hoe je over dingen denkt, wat je daarbij voelt en hoe je naar zaken kijkt. Dat de ander die jou aanhoort luistert naar je en je mening respecteert. Maar ook open en eerlijk zijn mening durft te geven zonder dat er een vervelende discussie ontstaat.

Het voeren van een gesprek gaat niet alleen om wat er gezegd wordt (het verbale). De manier waarop iets gezegd wordt (het non-verbale) is heel belangrijk. Een gesprek bestaat uit 20% verbale communicatie en 80% non-verbale communicatie. Je houding, blik en intonatie zijn in een gesprek ook heel belangrijk. Meestal nog belangrijker dan de woorden die je zegt.

 

 

Een gesprek: spreken en luisteren

 

Wanneer je een gesprek voert tussen 2 mensen dan heb je altijd iemand die spreekt en iemand die luistert. Het is ook altijd één van de twee die het gesprek begint. Om te zorgen dat dit gesprek goed verloopt hier een aantal tips.

 

Tips wanneer jij het gesprek begint.

  • Wat is het doel van je gesprek?  Probeer zo open-mindend het gesprek in te gaan. Op het moment dat je een verwachting schept bij jezelf over hoe de ander moet reageren of over de uitkomst van het gesprek kan je teleurgesteld raken. Schep geen verwachtingen over de uitkomst van het gesprek. De kans om teleurgesteld te raken maak je zo kleiner.
  • Realiseer je dat jij, net als je gesprekspartner,  een mening hebt die gevormd wordt door jouw gedachten, overtuigingen en emoties. Hierdoor kan het zijn dat jullie vanuit twee totaal verschillende visies praten. Wanneer je je daar niet bewust van bent kan het zijn dat je een communicatiestoornis gaat ontwikkelen. De kans dat jullie langs elkaar heen praten is vele malen groter. Wanneer dit gebeurt benoem dit dan. Je kan dan het gesprek een andere wending geven waardoor jullie elkaar wel beter gaan begrijpen.
  • Vul het gesprek niet van te voren in.. Je weet niet hoe de ander reageert, je denkt het alleen. En die gedachten worden gevormd door de onzekerheid die je over het gesprek hebt. Of komen voort uit angst. Angst voor de reactie van de ander. Door in te vullen hoe het gesprek zou kunnen gaan verlopen laat je deze angst toe. Dit heeft weer invloed heeft op je gedrag (non-verbale communicatie) tijdens het gesprek. Of nog erger; je gaat het gesprek niet meer aan omdat je denkt dat je toch al weet wat de uitkomt van het gesprek is. Stop dus met invullen! Hetgeen je wil zeggen is belangrijk voor jou. Genoeg reden om het gesprek aan te gaan. Door het gesprek uit de weg te gaan zeg je eigenlijk tegen jezelf dat hetgeen jij te vertellen hebt niet belangrijk is. Dat jij niet belangrijk genoeg bent om gehoord te worden. Die teleurstelling projecteer je dan op de ander. Dit is natuurlijk niet terecht want het zijn jouw gedachten die uiteindelijk jouw gedrag bepalen.
  • Benoem wat je niet prettig vindt in het gesprek. Bijvoorbeeld als je merkt dat de ander niet aandachtig naar je luistert (bijvoorbeeld omdat hij/zij regelmatig op zijn/haar mobiel kijkt). Of je hebt het gevoel dat de ander jou niet serieus neemt. Zeg wat je ziet en wat dit met je doet. Mensen zijn vaak niet bewust van hun non-verbale gedrag en door het te benoemen maak je dit gedag voor de ander bewust. Het is tenslotte aan de ander of hij iets met deze opmerking doet. Mocht de ander hier niks mee doen dan weet je waar je staat in dit gesprek. Het is dan aan jou of je dit gesprek wilt voortzetten.
  • Ga nooit een gesprek aan vanuit een heftige emotie. Doe je dit wel dan zal dan zal de emotie de leidraad van het gesprek zijn. Je gedrag en de manier waarop je praat en luistert wordt bepaalt door je emotie. Je kan dus nooit open en duidelijk communiceren. Verwerk eerst je emotie en ga dan het gesprek aan.
  • Ben duidelijk. Vertel wat de reden van je gesprek is. Waarom dit gesprek belangrijk voor je is en wat je verwacht van de ander.

 

Tips wanneer jij door iemand uitgenodigd wordt om een gesprek aan te gaan:

  • Luister naar de ander. Weet dat de ander niet zomaar bij jou komt. Misschien heeft deze persoon alle moed bij elkaar moeten rapen om de stap naar jou te zetten. Door te luisteren (zowel verbaal als non-verbaal)  wat de ander zegt laat je de ander weten dat je er voor haar/hem bent. Dat je het belangrijk vindt wat de ander te vertellen heeft. Ook al vind je het in eerste instantie misschien onzin wat de ander te vertellen heeft of heb je er misschien geen zin in. Het gaat er om dat je er op dat moment even voor de ander bent. Jij vind het tenslotte toch ook fijn als anderen naar jou luisteren?
  • Oordeel niet. Door te oordelen over wat de ander zegt maak je de ander kleiner of jezelf groter. Opmerkingen als “Dat vind ik stom…” of “Doe niet zo raar …” zorgen ervoor dat de ander zich niet serieus genomen voelt. Natuurlijk mag je iets stom vinden of iets raar vinden, maar zeg dit niet. Realiseer je dat de ander, net als jij, een mening mag hebben. Die hoeft niet hetzelfde te zijn als die van jou. Vraag daarentegen waarom de ander zo denkt of dingen zo ervaart. Door vragen te stellen aan de ander creëer je duidelijkheid voor jezelf.
  • Ga niet ongevraagd advies geven. Vaak is het zo dat de ander alleen zijn/haar mening wil geven. De ander wil in eerste instantie alleen zijn/haar verhaal aan jou kwijt. Wanneer je ongevraagd adviezen gaat geven oordeel je. Je zegt eigenlijk dat de ander niet capabel is om de juiste stappen te zetten. Of de juiste beslissingen te nemen. Ongevraagd advies geven is dus ook een vorm van oordelen. Wanneer de ander jou advies nodig heeft zal hij/zij erom vragen. Is het je niet duidelijk of hij/zij jou advies nodig heeft vraag het dan. Dat kan je doen door te zeggen “Wat heb je van mij nodig?” Een andere optie is om te zeggen: “Ik heb dat ook eens meegemaakt en toen deed ik …” Hiermee geef je wel een advies af maar meer vanuit je eigen ervaring. Je zegt dus niet wat de ander volgens jou moet doen.
  • Probeer de ander niet te onderbreken. Hierdoor geef je de ander de ruimte om datgene te vertellen wat hij/zij kwijt wil. Je laat zien dat je luistert en hem/haar de tijd gunt om te vertellen wat hij/zij kwijt wil.
  • Vat samen wat je gehoord heb en vraag of je het goed begrepen hebt. Hiermee creëer je twee belangrijk situaties; Ten eerste laat je de ander zien dat je hem/haar begrepen hebt. En ten tweede creëer je voor jezelf duidelijkheid over waar jullie gesprek over gaat.
  • Het kan voorkomen dat de ander vanuit een negatieve emotie (verdriet, boosheid, pijn) het gesprek begint. Laat dan de ander eerst praten. In plaats om dan in de verdediging te gaan, benoem je de emotie die je ziet zonder daar een oordeel aan te geven. Op deze manier erken je de emotie bij de ander. Je laat zien dat je de ander begrijp. Door de emotie te benoemen laat je de emotie ook bij de ander en wordt het niet jouw emotie.

Veel onduidelijkheid wordt gecreëerd door slechte communicatie. Maar als je bovenstaande tips in acht neemt dan weet ik zeker dat je een goed gesprek zal hebben. Ongeacht wat de uitkomst van het gesprek is.

Realiseer je dat we allemaal mensen zijn met ieder onze eigen gedachten die komen uit de rugzak die we allemaal bij ons dragen. We vinden het allemaal moeilijk om ons kwetsbaar op te stellen in een gesprek. Bewust of onbewust zijn we allemaal bang dat we gekwetst worden of de ander kwetsen. Wanneer je dit weet en je neemt de tips mee die ik hierboven opgesomd heb, dan weet ik zeker dat je een goed gesprek gaat krijgen. Probeer het maar eens je zal verstelt staan wat het je kan brengen.

 

Trackback van jouw site.

Reacties (2)

Laat een reactie achter